Anouk smeert boterhammen

In de landelijke keuken staan de broodtrommels al klaar. Nog een half uurtje, dan moeten de jongens wakker worden.

Terwijl de espresso machine opwarmt, pakt ze het grote broodmes. In de keuken hangt nog de geur van de verse biologische lasagne die ze gisteren heeft gemaakt. De kinderen smulden ervan, Frits ook. Anouk pakt het kartelmes en legt het op de houten broodplank. Ze wrijft snel met haar wijsvinger en duim over elkaar.

De espresso machine piept, de thermometer geeft aan dat hij warm is. Terwijl de machine haar net gemalen koffie maakt, legt ze het donkerbruine waldkorn brood op de broodplank naast het mes. De damp van vers gezette koffie bereikt haar neusgaten. Even neemt ze tijd om in de oude schommelstoel van oma haar koffie te drinken.

Met haar gedachten nog bij oma staat ze op en pakt de verse boerenkaas van die boerderij verderop. Was oma er nog maar, denkt ze. Weer gaan haar duim en wijsvinger vluchtig wrijvend over elkaar.

De digitale klok van de oven verhoogt haar hartslag. Met het broodmes zaagt ze snel door het brood. Eén plakje, twee plakjes, drie, vier, vijf, zes, zeven. De boerenkaas is zo zacht hij zich niet makkelijk laat snijden. De klok tikt genadeloos door. De jongens worden zo wakker, denkt ze. Haar grove handen strijken door haar korte haren.

Met trillende handen legt ze de kaas op de zevende boterham en propt de boterhammen in de broodtrommels. De ene is voller dan de ander. Haar gedachten gaan snel. Donderdag, Lars vier boterhammen, Stijn ook. Stijns broodtrommel is leger. Ze grijpt het broodmes en begint te snijden. Rillend voelt ze aan haar kleverige hand. Als ze haar blik laat zakken, ziet ze rode spetters op de broodplank. Nog twee minuten, dan worden ze wakker.

Mevrouw M