De taxibus deel 2

“Praat er eens over met andere ouders van wie de kinderen ook met de taxi gaan”, schreef een trouwe volger op Twitter naar aanleiding van mijn vorige blog. Twee weken sprak ik ouders aan op het schoolplein, ook de directeur van de school moest eraan geloven. De verhalen waren schokkend. “Ze staan te dansen in die taxibus”, zei één ouder. “Wij gaan ermee stoppen”, zei de vader van een klasgenootje. “Er worden kinderen gepest, ze maken elkaars gordels los en hangen aan de houders.” “Noa zou dit niet aankunnen”, beëindigde de directeur haar betoog.

Het lichtje van de afzuigkap geeft de keuken een warme gloed. Het is op de rand tussen donker en licht en ik staar naar buiten door het grote keukenraam.  Noa speelt nog wat met het Playmobil ziekenhuis dat we haar afgelopen zondag hebben gegeven. Dan zie ik een kleine mevrouw voorzichtig het pad voor ons huis oplopen. “Ze zijn er al”, roep ik naar Noa. Haar laarsjes tikken op de koude plavuizen vloer als ze naar me toeloopt. Ze duwt haar neusje in haar favoriete knuffel. “Ik ga je missen”, klinkt haar kleine stem. Vluchtig sla ik mijn armen nog even om haar kleine lijf en open de deur naast de keuken.

“Goeiemorgen Noa, heb je zin in autodrop?”, vraagt het kleine jochie uit haar klas. Ze rennen samen het pad af, op de voet gevolgd door zijn mama. Mijn schoenen had ik al aan en ik stap ook naar buiten. Als ik het einde van het pad bereik zitten ze al in de auto. Ik zwaai. Noa kijkt niet meer om. Nog even zit ik vast aan de grond, tot ik besef dat het zinloos is hier te blijven staan.

Langzaam wandel ik terug over het door bomen overwoekerde pad. Mijn blik op de grond gericht, mijn schouders lijken wel van lood. Een zacht “miauw” doet me opkijken, maar ik zie niks en laat mijn hoofd weer hangen. “Miauw”, klinkt het weer vanaf dezelfde kant. Mijn blikt zoekt de bomen langs het pad af. Er verschijnt een voorzichtige glimlach op mijn gezicht. De zwarte kat van de buren heeft ongezien het hele tafereel gevolgd. Haar helder groene ogen kijken me aan en behoedzaam loopt ze naar me toe. Haar kopje naar me oprichtend geeft ze me nog een laatste “miauw”, waarna ze het pad aftrippelt. Ik kijk haar na, ze kijkt niet om.

Met mijn hoofd omhoog en mijn schouders recht stap ik weer naar binnen. Vanmiddag mag ik naar school om Noa en haar klasgenootje op te halen. Die taxibus zetten we uit ons hoofd. Zo is het ook goed.

Mevrouw M