De ware reden

Dit blog publiceren kan ik nu, nu we hier zijn, in ons nieuwe huis, op deze veilige plek. Dit is wat eraan vooraf ging.

Bijna een jaar heeft het te koop gestaan, ons huis. Het is een charmant huis met een tuin vol bloemen en een trampoline.

Een donderdagochtend in juni, een paar jaar geleden. De buurvrouw komt op de koffie. Het gesprek gaat over werk, de mannen en natuurlijk de kinderen. “Hoe gaat het met Noa?” “Heeft ze het naar haar zin op die speciale school?” Als ik antwoord dwalen haar ogen af naar de bonte koektrommel die op tafel staat. “Ja, ik kan het maar beter zeggen”, vervolgt ze. Ik houd mijn mondhoeken krampachtig omhoog. Het onverwacht naderende onheil doet mij stokstijf op mijn stoel zitten. Ze gaat door: “Die herrie van haar op de trampoline, daar heeft Henk nogal last van.” Ik sla mijn ogen neer, mijn mond voelt dichtgesnoerd. Met piepende stem weet ik uit te brengen dat ik daar niks aan kan doen. “O, daar kun je niks tegen doen”, zegt ze. Als ik vervolgens vraag of ze nog koffie wil, is het tijd voor haar om boodschappen te doen.

Als ze is vertrokken, sleep ik mezelf naar onze koffiemachine en zet mijn kopje eronder zonder te kijken. Tranen branden in mijn ogen, maar ze komen niet. Met de verse koffie in mijn hand laat ik mezelf langzaam op een stoel zakken. Mijn hoofd rust op mijn hand. Ik weet precies wat ze bedoelt met ‘die herrie’.

We zijn een paar dagen verder. Het is zo’n avond waarop de zonnestralen de tuin nog lekker verwarmen. De spaghetti met zelf gemaakte bolognese saus was binnen vijf minuten op. Na het eten gaat Noa steevast springen op haar trampoline in de tuin. De spanningen van de dag worden eruit gesprongen. Ze maakt al zachte spastische geluidjes als ze met korte mouwen en een glimlach op haar gezicht naar de trampoline loopt. Noa raakt bijna de takken van de vrolijk bloeiende perenboom in de tuin als ze begint te springen. De spastische kreten worden steeds harder, de ontlading is gestart. Alle spieren in haar lichaam spannen zich als ze springt. Noa heeft het niet onder controle. Ze schreeuwt, springt en spant, haar geest ontspant. Fladderen heet dat in de wereld van autisme. Alle frustraties van de dag stromen door de gaatjes van het trampolinedoek, zo de grond in. En in de tussentijd doen wij de afwas.

Die avond zie ik Noa al na twee minuten op het oude houten bankje in onze tuin zitten. Haar schouders hangen naar beneden. Ze kijkt strak voor zich uit. Als ik naar buiten loop zie ik dat haar ogen vochtig zijn. “Wat is er Noa, heb je pijn gedaan, is er iets gebeurd?” Stilte. Noa rolt met haar ogen. Ik wacht, ze moet de vraag even verwerken. Na tien tellen klinkt haar zachte stemmetje: “De buurman.” Mijn ogen sperren zich, mijn handen vormen vuisten achter mijn rug. Met kalme stem vraag ik: “Wat is er met de buurman?” “Ik mag niet springen van de buurman, dat zegt hij.” Mijn hartslag stijgt terwijl mijn adem op lijkt te houden. “Noa, lieverd, jij mag altijd springen, wanneer jij dat wilt.” Ze haalt haar schouders op als ze zegt: “Ik wil niet meer.”

Die dag besloten we te verhuizen.

Mevrouw M