Deur dicht

Daar zit ze dan weer, alleen. Mijn hart huilt om haar eenzaamheid, maar dat hoeft ze niet te weten.

Mijn vader is in Zweden voor de Kerst. En dus heb ik het hele gezin meegesleept om met de feestdagen eens bij hem te zijn. Het appartement is maar zo’n 50m2. Houten vloeren in zo’n mooie visgraat. In elke hoek een kast met allerlei glaswerk en prullaria. Een keuken, woonkamer en een slaapkamer, that’s it.

Vijf dagen zijn we hier op bezoek. Mijn vader heb ik zo’n twee jaar niet gezien, omdat hij in Ethiopië woont. Hij is niet meer samen met zijn Zweedse ex-vriendin. En toch vieren we daar Kerst, omdat hij daar is, bij de Zweedse ex.

Noa weet wel dat die man haar opa is en dat ze die vrouw bomma (Belgisch voor oma) noemt. Ze geeft ze bij binnekomst zo’n knuffel waarbij ze haar gezicht en haar lijf afwendt. Ze loopt door het appartement en zoekt een plekje voor zichzelf. Ze vraagt of ze in de slaapkamer aan het bureau mag zitten. Gelukkig, het mag. Ze gaat zitten, pakt een vel papier en stiften. Ze pakt de iPad en de koptelefoon. Ze plugt de koptelefoon in de iPad en kijkt Donald Duck filmpjes op Youtube. De deur gaat dicht, ze wil alleen zijn.

De tweede dag, zelfde verhaal. Deur dicht, koptelefoon op, afsluiten van de buitenwereld en proberen een veilig plekje te creëeren. Noa weet dat we gaan dineren en dat er dan nog veel meer vreemde mensen komen, die geen Nederlands spreken. Er verschijnt een briefje op de slaapkamer deur: ‘Dicht laten, a.u.b.!‘. Als het diner wordt geserveerd, verschijnt ze aan tafel, omdat het moet van mama. Ze doet haar best en zegt met luide stem: “Hello.”. Ze eet een paar happen. Na vijf minuten is ze klaar en vlucht terug naar de kamer. Deur dicht, iPad aan, koptelefoon op. Teveel mensen.

Ook de derde dag is de kamer Noa’s heiligdom. Ze heeft poppetjes uitgestald op de vensterbank. Daar speelt ze fantasieverhaaltjes mee. Weer is er een diner, het is tenslotte Kerst. Net als gisteren komt Noa aan tafel. Dit keer lukt het om tien minuten te blijven zitten. Maar, het toetje moet toch echt op de kamer, alleen. De deur gaat weer dicht. Totdat het tijd is om de kerstcadeautjes uit te pakken. Ze doet de deur open en kiest een mooi plekje in een kring van mensen. Veilig tussen papa en mama in. Mooi rechtop en geduldig wachtend probeert ze de gesprekken in de kring te volgen. Ze verstaat de mensen niet, ze spreken een andere taal. Toch lukt het haar om gesprekjes aan te knopen met de gasten. “Hello, I am Noa, Merry Christmas”, klinkt het. Haar mondhoeken gaan omhoog, er verschijnen kuiltjes in haar wangen. De mensen zeggen: “Merry Christmas”, terug! Ze helpt met het opruimen van de cadeau papiertjes en gaat rond met een schaal koekjes. De rest van de avond vlucht ze niet, ze blijft bij het gezelschap.

De vierde dag verhuist de iPad van de slaapkamer naar de woonkamer. De koptelefoon is niet meer nodig. Vol trots laat Noa zien welke filmpjes ze zo leuk vindt. Ze tikt de oudste gast, Busse, op zijn schouder en wijst naar de iPad. “Kijk, look, ha ha ha”. De 93 jarige Busse kijkt mee en lacht, niet zozeer om het filmpje maar om de toenadering die Noa zoekt. Hij geeft haar een aai over haar bol. Mijn vader fluistert in mijn oor: “Ze is er toch maar mooi bij vandaag.”. Ja, ze is erbij en daar ben ik trots op. Busse kietelt Noa onder haar oksel. Noa kietelt terug. Als ze uitgelachen zijn, zegt Noa: “Busse, you are good.” en ze geeft hem een knuffel.

Als we de volgende ochtend nog in het donker wegrijden, zwaait Noa naar mijn vader en zijn ex en zegt: “Busse is mijn vriend.”. Mijn hart maakt een sprongetje. Noa voelt vriendschap! Is de taalbarrière haar redding geweest? Wat kan autisme toch mooi zijn.

Mevrouw M