Fantasie dieren in full colour

Het is al bijna licht als ik beneden kom. Door het raam zie ik een glinsterend witte laag over onze tuin. De daken van de buren lijken licht te geven. Binnen stroomt warme lucht langs mijn voeten. De eerste zonnestralen vallen op de eettafel. De tafel ligt bezaaid met vrolijk gekleurde stiften, potloden en pennen. Allemaal van Stabilo. Onze dochter is er gek op. De A3 tekenblokken zijn in dit huis niet aan te slepen. De voorraad potloden en stiften moet regelmatig worden aangevuld. Noa tekent er de mooiste fantasie dieren in allerlei kleuren mee. Blauwe sapsaree koreda paarden, bruine abelaseine hyena’s, oranje struisvogel flamingo’s. Allemaal moeten ze op papier en dat kan volgens haar niet anders dan met Stabilo.

De vogeltjes van Noa’s wekker fluiten zacht als ik haar kamer binnenkom. Ze ligt opgekruld onder haar dieren dekbed. Mijn hand aait over haar rug, ze gloeit. “Tijd om op te staan”. “Ik wil niet”. “Je moet naar school en er ligt een dik pak sneeuw, dus we moeten op tijd weg”. “O, ok dan”. Ik help haar met aankleden en we lopen de trap af.

Noa loopt de kamer in, pakt een stoel en gaat zitten aan de eettafel. Haar ogen gaan over de heldere kleuren die op tafel liggen. Ze zegt niets, pakt een groene stift, haalt de dop eraf en laat de stift even boven het papier zweven. Als de stift het papier raakt verschijnen de contouren van grote vleugels op het papier. “Mama”. “Ja”. “De groene slechtvampier is heel gevaarlijk”. Mijn mondhoeken gaan omhoog. “Hoe verzin je dat toch allemaal?”. “Nou gewoon, dat doet mijn autisme”. “Jij wordt vast een kunstenaar, of nee, je bént al een kunstenaar”. Geen antwoord, met de zwarte stift worden details aangebracht in de groene slechtvampier.

We eten een verse bruine boterham met boterzachte boerenkaas. Noa praat over de fantasie dieren die ze nog wil tekenen. “Maar mama, er zijn toch ook van die lichtgevende stiften?” “Dat klopt lieverd”. “Die wil ik hebben, dan kan ik lichtgevende dieren tekenen”. “Hmm, we zien wel”.

Ik breng Noa naar school en rijd daarna terug naar huis. Zittend aan de eettafel maak ik een boodschappenlijstje. Aardappels, bloemkool, kaas, melk. Mijn blik wordt naar de tekening getrokken. Weer gaan mijn mondhoeken omhoog en er verschijnen lachrimpels bij mijn ogen. Vooruit, denk ik. Op het booschappenlijstje schrijf ik: tekstmarkers.

Ik stap in mijn auto en rijd naar de Albert Heijn in ons dorp. Mijn auto parkeer ik in de parkeergarage en loop door de schuifdeuren naar de roltrap. Het is zo’n roltrap zonder treden. Ik stap op het rollende mechanisme en blijf staan. Geen zin om te klimmen vandaag. Als ik boven ben wandel ik door een hoge overdekte hal. De vloer is van marmer. Ik kom uit bij een rond plein, ook overdekt. Ik pak een blauw karretje uit de rij van karretjes en loop de Albert Heijn in. Het boodschappenlijstje plak ik op het handvat van het boodschappenwagentje. Aardappels, bloemkool, kaas, melk gaan één voor één het wagentje in.

Ik kom terecht in het gangpad met kookspullen, lampen en schrijfwaren. Mijn hand gaat naar de tekstmarkers. Bijna raak ik ze aan. Mijn hand stopt. Nee, denk ik. Deze wil Noa niet. Mijn gedachten verlaten de supermarkt, zweven over het plein en belanden aan de overkant van het plein. Daar zit een Bruna! Die hebben Stabilo, en vast ook wel de tekstmarkers ervan. Mijn gedachten komen weer bij me terug. De uitgestoken hand zakt en pakt het karretje vast. Ik verlaat het gangpad, ga naar de kassa en betaal mijn boodschappen. Geen tekstmarkers.

Ik loop het plein op naar de overkant. Aan de buitenkant van de winkel staan rekken met vrolijke kaarten rijkelijk uitgestald. Bij de ingang zie ik bakken met kalenders en er hangen laptop hoezen in alle kleuren van de regenboog. Ik loop de Bruna in en zie twee dames achter de kassa. Ze staan op een verhoging en er klinkt gelach. Aan de andere kant van de kassa staat een wat oudere mevrouw met een boodschappentas. Zij lacht ook. Aan mijn rechterhand staat een tafel met daarop de bestsellers van dit moment. Ik word ernaartoe getrokken, kan het niet laten. Mijn blik dwaalt over de boeken, Harem, Ronald Giphart, Jan Mulder lacht me toe en ik zie ook Oorlog en terpentijn. Mijn handen pakken even het nieuwe boek van Ronald Giphart. Het voelt soepel met verse bladzijden. Nee, daar ben ik niet voor gekomen. Het boek gaat terug bij de anderen en ik vervolg mijn pad door de winkel.

Ik hoor één van de dames bij de kassa zeggen: “U bent vast moeder en dochter”. “Ja, hoe weet je dat”. “Het is duidelijk te zien”, zegt de mevrouw van de kassa. De moeder en dochter kijken elkaar aan en leggen even een hand op elkaars arm. Een warm gevoel stroomt mijn lichaam binnen. Zullen de dames bij de kassa straks ook zo hartelijk tegen mijn doen? Ik loop verder door de winkel en eindig bij het Stabilo rek. Stiften, pennen, gummen, potloden, fineliners en  jawel, tekstmarkers. Ik haal een pakje met vier tekstmarkers van het rek en voel er even aan. Ik draai het pakje om en loop naar de kassa. Dit zijn de goede.

De dame achter de kassa is druk in de weer met een voorraad boekjes. Ze staat met haar rug naar me toe. Prompt legt ze de boekjes neer en draait zich om. “Hallo, komt u maar even bij deze kassa hoor”. Ik betaal de markers en wil ze al van de toonbank pakken. De kassa dame is me voor en vraagt: “Is het een cadeautje?”. Ik frons en denk: ja, eigenlijk is het wel een cadeautje. “Ja, dat klopt”. “Voor een meisje?”, vraagt ze met stralende ogen. Ik knik. Ze pakt een stuk inpakpapier met mooie bloemen erop. De markers verdwijnen in het cadeaupapier. “Kunt u het zo meenemen?”. “Ja hoor, ik heb een grote tas”. “Fijn”. Er straalt trots uit haar ogen als ze me het cadeautje overhandigt. Terwijl ik het cadeautje in mijn tas doe, knik ik haar toe en zeg: “Dank je wel”. Met een glimlach verlaat ik de Bruna. Het pakje tekstmarkers is geen pakje tekstmarkers meer. Het is een verrassing, verpakt in vrolijk papier. En dat allemaal dankzij de mevrouw van Bruna. Ik kan bijna niet wachten tot Noa thuis komt. Wat zal ze ervan vinden?

Mevrouw M