Heimwee

De brandende Spaanse zon doet de lucht trillen op de berg. Geen zuchtje wind. Alleen het glinsterende zwembad kan verkoeling geven. Zonder aarzeling nemen we de sprong, Noa en ik. Water spat hoog op, net als een fontein. De druppels lijken van zilver als de zonnestralen ze aanraken. In Noa’s wangen verschijnen kuiltjes. “Zullen we zwemtikkertje doen?” “Is goed lieverd.” “Tikkie, jij bent ‘m mama!” Allen spieren in Noa’s lijf spannen zich. Ze wil zo snel mogelijk naar de overkant zwemmen. Verliezen is voor haar geen optie. Mijn lichaam voelt als een dolfijn als ik onder water duik en haar probeer te tikken. Ze is in de hoek van het zwembad uitgekomen. Natuurlijk laat ik haar ontsnappen. “O, ik krijg je echt niet te pakken Noa, je bent veel te snel”, zeg ik terwijl het koele heldere water mijn temperatuur doet dalen. Noa neemt een hap lucht en duikt weer onder water. Weg is ze weer. Als ze boven komt klinkt haar opgewonden stem: “Je krijgt me toch niet te pakken.” Urenlang spelen we zwemtikkertje, tot het tijd is om aan tafel te gaan voor het avondeten.

De zon verliest aan kracht. De ergste hitte is voorbij. We dekken de houten tafel op het iets hoger gelegen stenen terras. De bamboe overkapping beschermt ons tegen vallende blaadjes van de uitbundig bloeiende struiken. We eten aardappels met komkommmer. Iets anders eet Noa niet in het buitenland. Na het eten kijken we samen Jeugdjournaal op de iPad. Onze ogen worden telkens van het journaal weggetrokken door het schouwspel dat zich erachter afspeelt. Zee, blauwe lucht, een dorpje aan de kust, altijd in beweging. En als we heel goed kijken zien we de contouren van de Afrikaanse kust opdoemen uit de blauwe massa.

Als Robbie abrupt stopt met praten omdat het internet uitvalt, verschuift onze aandacht weer naar de iPad. We tikken op ‘play’ en na een tijdje is Robbie er weer. Vandaag lukt het ons om het Jeugdjournaal helemaal af te kijken. “Morgen wordt het een grijze dag en fris, zo’n 13 graden”, besluit Robbie. Met luide stem is steevast Noa’s reactie: “Daar zijn wij niet.” Als de eindtune klinkt, is het tijd om nog even te genieten van de ruime regendouche voordat Noa gaat slapen.

We zingen liedjes over dromen, toveren en alle wensen die we hebben. Noa steekt haar armen in de lucht en laat de warme regen over zich heen vallen. Met harde stem zingt ze fantasie teksten. “Als ik kon toveren, kon toveren dan stond ik altijd onder de regendouche”, klinkt het vrolijk uit de badakamer. Ineens slaat het zingen om in snikken. Het snikken gaat over in hartverscheurend huilen. De tranen stromen over Noa’s wangen als ik snel de douche uitzet. Terwijl ik een grote zachte handdoek om haar heen sla vraag ik: “Wat is er lieverd?” Met lange uithalen hoor ik: “Ik wil naar huis!” Mijn wenkbrauwen fronsen, mijn gedachten vliegen door het authentieke Spaanse huis, glijden over het eigen zwembad en belanden weer in de ruime badkamer. Het is hier toch heerlijk, denk ik. Langzaam ga ik door met afdrogen, in stilte, wie weet komt er meer. Haar ogen knijpen tot spleetjes en de tranen druppelen over haar natte gezicht als ze met wanhopige stem vervolgt: “Ik mis mijn huis.” Nu is er geen houden meer aan, denk ik. “Ik mis Knuffie, ik mis mijn kussen, ik mis mijn bed, ik mis de kast, ik mis de bank, de tv en internet.” Haar stem slaat over en haar grote ogen richten zich tot mij als ze zegt: “Ik heb heimweeeeeeeee.” “Ik wil naar huis, ik mis de maoam, mijn spulletjes, mijn school en ik mis Anna.” Ze valt me in de armen en snikt: “Mammie, ik heb zo’n heimwee.” “En ik kan hier niet slapen.”

Een instinctieve kalmte neemt bezit van mij. Ik kan niet anders dan haar gewoon vasthouden. Rustig leg ik uit dat we al bijna weer naar huis gaan. Dat we morgen al onze spullen gaan pakken omdat het vliegtuig ons die nacht naar huis zal brengen. Ik voel haar slap worden in mijn armen, haar hoofd tegen mijn buik. “Dus we gaan al bijna weer naar huis?” “Ja lieverd.” Met een zucht gaat ze in haar bed liggen en slaat de deken over zich heen. Klaar om te gaan slapen.

Het adembenemende uitzicht, het glinsterende blauw, de zwiepende palmbomen. Het is geen thuis.

Mevrouw M