Klimmen

Ik maak nooit iets mee, maar afgelopen zaterdag had onze dochter een proefles klimmen. Noa  is zeven jaar, heeft korte donkere haren, mooie grote ogen en is autistisch. Maanden zijn we op zoek geweest naar een geschikte sport voor Noa. Geen teamsport, nee, omgaan met anderen is moeilijk als je autisme hebt. En wat als je teamgenoot zich niet aan de regels houdt, je onverwacht een duw krijgt of er hard wordt geschreeuwd? Sporten als voetbal, dansen, volleybal, hockey en tennis zijn de revue gepasseerd en vallen af. Klimmen! Dat is het, lekker individueel en geen herrie.

De daken zijn nog wit van het rijp en buiten is het nog koud als we opstaan. We haasten ons, want we willen op tijd in de klimhal zijn. Al weken raakt Noa niet uitgepraat over het klimmen. In de auto onderweg slaakt ze kreetjes van de zenuwen en wiegt heen een weer in haar stoel. We zijn vroeg, gelukkig is er al iemand om de deur open te doen. Het gebouw is hoog, het is er koud en stoffig en het ruikt er muf. We laten ons niet kisten, het wordt vast leuk.

Noa kan bijna niet wachten, om half tien begint de les. Ze kijkt naar de grote stationsklok aan de wand. De grote wijzer gaat van vier naar vijf. Nog vijf minuutjes, en dan begint het. De grote wijzer belandt op de zes. Het is half tien en de klok tikt genadeloos door. Noa wordt ongeduldig. De instructeur is er nog niet.

Uiteindelijk horen we om kwart voor tien een man langzaam de trap op lopen. Alsof zijn benen van lood zijn en de trap eindeloos. De man heeft zich niet geschoren en draagt een vieze, groene, slobberende trui. Zijn schouders hangen naar beneden en als hij bijna onhoorbaar “goedemorgen” zegt kijkt hij ons niet aan. “Is deze meneer de instructeur?”, vraagt Noa. Hij is te laat. Voorlopig hoort voor Noa klimmen niet tot de mogelijke sporten, want klimmen = niet volgens de regels, dus niet goed. We vinden wel iets anders.

Mevrouw M

Dank aan Nicky Corts voor haar hulp.