Lela

Het is maart, we gaan haar ophalen. Lela, een witte donzige labrador pup. We hopen dat ze onze dochter Noa, uit haar sociale isolement kan helpen. Dat het makkelijker is om te praten met kinderen in de straat, om aan te haken bij het klimmen, voetballen of verstoppertje spelen. Of dat Lela een kopje kan geven als Noa weer eens mokkend op de bank “ga weg, laat me met rust” zegt. Het leven voor onze dochter met autisme wat dragelijker maken. Dat willen we.

Week één en twee gaan goed. We wandelen langs het groene gras van de speelveldjes. Kinderen vragen Noa of het haar hondje is. Met haar handje aan de lijn en een vrolijke lach zegt Noa dat ze best mogen aaien, dat ze Lela heet en een labrador is. Onze verwachtingen worden waargemaakt. Noa praat zomaar met andere kinderen!

In de weken daaropvolgend gaan we langzaam van optimisme naar een diep dal. Noa wil niet meer mee met ommetjes. “Ommetjes zijn saai”, zegt ze. Als Noa wil spelen, wil Lela niet. Als Lela wil spelen, wil Noa niet. Noa’s nieuwe jurk is kapot gebeten door Lela. Ella wil wel met Noa afspreken, maar niet bij Noa thuis. Daar is de hond en ze is bang voor de hond. Noa is ook bang voor de hond. Met volle vaart rent Noa op kinderen af en hapt. Als ik op de wc zit hoor ik Noa gillen. Ik weet meteen hoe laat het is. De scherpe tanden van Lela hebben de favoriete knuffel van Noa gegrepen. Bovenop de bank, met haar handen voor haar ogen vind ik Noa in totale paniek. Dit gaat zo niet langer.

We zijn zes maanden verder. De eerste zonnestralen vallen door de ramen. Ik wrijf in mijn ogen en zie Lela. Ze steekt haar koppie in de lucht, haar staartje kwispelt en ze schurkt langs mijn kuiten. Ik geef haar een aai over de bol en laat haar even buiten. Ik hoef geen jas aan. De zon brandt al op mijn blote armen. Lela springt met haar zachte pootjes tegen mij op en drukt haar snoetje tegen mijn benen. Ze weet het niet, denk ik. Ze weet niet dat ze vandaag weggaat. Ze moet terug naar de boerderij waar ze geboren is. Waar geen kinderen zijn, waar ze kan rennen, naar hartelust kan spelen, waar de lucht schoon en fris is en waar ze gelukkig zal zijn. Tranen branden in mijn ogen. Ze gaat vandaag weg, maar ze weet het niet.

Vond plaats: september 2014, gepubliceerd: december 2014