Lenteblik

Ik maak nooit iets mee behalve afgelopen middag, want toen zag ik twee citroenvlinders dansen in mijn achtertuin.

Om even te ontsnappen aan de chaos in ons huis ging ik buiten op ons krakkemikkige houten bankje zitten. Ik tuurde naar de strakblauwe lucht. Even sloot ik mijn ogen en liet de zonnestralen op mijn gezicht rusten. De lucht voelde als een warme deken en bracht rust in mijn lichaam. Adem in, adem uit. Toen ik mijn ogen opende zag ik ze. Pal voor mijn neus. Twee citroenvlinders.

Ze dansten langs de perenboom. Schoten als een raket omhoog, elkaar achterna zittend. Ze zweefden over het gras, alsof ze gewichtloos waren. Ik kon de lach op mijn gezicht niet onderdrukken. Wat zouden ze spelen? Tikkertje, haasje over, wie is de snelste? Toen ik even mijn blik afwendde om een slokje van mijn verse muntthee te nemen, waren ze weg. In geen velden of wegen meer te zien. Jammer.

Nog nagenietend van het vrolijke schouwspel bleef ik zitten. Mijn arm voelde het oude hout van het bankje. Het gras kriebelde aan mijn voeten. Plots werd mijn aandacht getrokken door gezoem. Een joekel van een hommel bestudeerde onze heg. Mijn blik werd naar de heldere groene kleuren van de splitsing tussen ons en de buren getrokken. En ja! Daar waren ze weer. Samen kwamen ze over de heg gevlogen. De vrolijk dartelende felgele citroenvlinders. Wat een geluk.

Mevrouw M

VOORJAAR KNIPOOGT – Han Messie

Het lentebos glanst
van vele tinten jong groen.
Daartussen gierlucht.

De citroenvlinder
vliegt langs een gele narcis,
blinkt een beetje op.

De grauwe voorjaarstuin glanst,
dankzij één forsythia.