Tijger versus Poes

Noa is een jaar of vier als ze in haar bedje klimt. Ze gaat opgekruld op haar zij liggen en drukt haar favoriete knuffel dicht tegen zich aan. Ik leg de deken over haar heen. Ze glimlacht en kijkt naar haar boekenkast. Ze weet dat het nu tijd is voor een verhaaltje en dat ze daarna haar oogjes dicht kan doen om lekker naar dromenland te reizen.

Al jaren zijn de verhaaltjes van Dikkie Dik favoriet bij Noa. Ze vraag vaak om hetzelfde voor te lezen. Ze houdt nu eenmaal van herhaling. Daar kan ze niks aan doen, haar autistisch brein regelt dat helemaal zelf.

Ze kiest voor Grote hond, een verhaaltje van Dikkie Dik. Bij Grote hond weet ik inmiddels dat de reis naar dromenland nog wel even gaat duren. “Dikkie Dik klimt zo snel hij kan naar boven, de boom in. Maar wie ligt eronder te slapen? Tijger…”. Noa schiet rechtop in bed. Haar ogen knijpen samen en haar wenkbrauwen fronsen. Ze heft haar handen in de lucht en schreeuwt: “DAT IS GEEN TIJGER, DAT IS EEN POES!”. Ik leg uit dat Tijger de naam is van de poes. Weer lees ik: “Maar wie ligt eronder te slapen? Tijger…”. “DAT IS GEEN TIJGER, DAT IS EEN POES!”. Noa is uit haar bed gesprongen en staat druk gebarend voor me. “Mama, je zegt het verkeerd!”. Haar handen zakken naar beneden, haar schouders hangen. Haar ogen worden vochtig en ze brengt haar vingers naar haar mond. Snikkend zegt ze met zachte stem: “Dat is geen tijger, dat is een poes.”. Dikke tranen rollen over haar wangen, haar lijfje wordt slap. De gedachten schieten als pijlen door mijn hoofd. Hoe ga ik dit oplossen? “Zullen we hem Poes noemen?”, vraag ik.

Ze gaat weer in haar bedje liggen. De deken over zich heen en de knuffel tussen haar armpjes geklemd. Ze knippert met haar oogjes, ze vallen bijna dicht. Ik begin weer te lezen. “Dikkie Dik klimt zo snel hij kan naar boven, de boom in. Maar wie ligt eronder te slapen? Poes, de beste vriend van Dikkie Dik”. Ik lees het verhaaltje uit en geef Noa nog een knuffel. Ze kijkt tevreden en gaat slapen.

Inmiddels zijn we ruim drie jaar verder. Nog altijd lees ik voor uit Dikkie Dik. Noa kijkt me ondeugend aan en er verschijnt een lach op haar gezicht. “Ik kies Grote hond”, zegt ze. Mijn mondhoeken gaan omhoog. Samen lezen we het verhaal over de grote hond. En Poes, die heet gewoon weer Tijger.

Mevrouw M

“Dikkie Dik klimt zo snel hij kan naar boven, de boom in. Maar wie ligt eronder te slapen? Tijger, de beste vriend van Dikkie Dik”.┬á Jet Boeke, Het dubbeldikke voorleesboek van Dikkie Dik, 2011, p. 149 en p. 150. Afbeelding: Jet Boeke, Het dubbeldikke voorleesboek van Dikkie Dik, 2011, p. 149